Instellingen

Afhankelijk van de vereisten, moeten de volgende parameters worden gecontroleerd en bijgeregeld.

Tabel 1. Parameterinstellingen

Code

Displaytekst

Advies

AP056

Tout sensor aanw

Stel deze parameter in op het type van de geïnstalleerde buitensensor AF60(1) of QAC34(2)

AP079

Tau gebouw WAR

0 = 10 uur voor gebouw met lage thermische inertie.

3 = 22 uur voor gebouw met normale thermische inertie.

10 = 50 uur voor gebouw met hoge thermische inertie.

Standaard is deze parameter ingesteld op 3.

AP080

Tout voor vorstbev

Stel deze parameter in op de ruimtetemperatuur waaronder de vorstbeveiliging moet worden geactiveerd.

AP091

Buitensensor bron

Stel deze parameter in op Bedrade sensor (1) omdat een bedrade buitentemperatuursensor is aangesloten.

CP780

Regelstrategie groep

Stel deze parameter in op Weersafhankelijk (2) voor regeling op buitentemperatuur.

1 Het laatste cijfer van deze parametercode verschilt per zone.